Internationale kunstmarkt ontdekt economische waarde van werken vrouwelijke kunstenaars

Financieel Dagblad, 21 November 2019

De belangrijkste graadmeter van de temperatuur van de internationale kunstmarkt, de najaarsveilingen, zijn weer begonnen. Wat opvalt zijn de goede prijzen voor kunst van vrouwelijke makers. Dat is niet alleen een kwestie van politieke correctheid, er zit ook een economische drijfveer achter. Zo werd vorige week tijdens de veilingen van Christie’s in New York het schilderij Fantastic Sunset voor een bedrag van $2,65 mln aan een anonieme bieder verkocht. Dat is een nieuw veilingrecord voor werk van Alma Thomas. Als u denkt ‘Alma who?’, dan is dat niet helemaal onterecht, want de kunstenares is relatief onbekend. Tien jaar geleden kostte een vergelijkbaar schilderij van haar nog $157.000 en de hoogste veilingprijs voor haar werk bedroeg tot nu toe $740.000, dat was eerder dit jaar. Thomas is zeker niet de enige naoorlogse vrouwelijke kunstenaar die de afgelopen veilingweek in New York er bovenuit sprong. Lee Krasners schilderij Sunwoman uit 1957 bracht $7,3 mln op, terwijl Ruth Asawa’s Untitled (S.387), een 83 centimeter lange fragiele draadsculptuur uit 1955, eindigde op $4 mln. Ook in dit geval spreken we over een wereldrecord.

Nieuwe ranking

Vanwaar de plotselinge aandacht voor deze kunstenaars? We zitten midden in een correctiegolf waarbij kunstenaressen die voorheen door de internationale kunstmarkt nauwelijks werden gezien, nu opeens een nieuwe ranking krijgen toebedeeld. Zo verrijken de laatste jaren talrijke oude en overleden dames de programma’s van belangrijke internationale galeries. Denk daarbij aan Carmen Herrera (geboren 1915), Joan Semmel (1932), Pat Steir (1940), Beverly Pepper (1922), Joe Baer (1929), Rose Wylie (1934), Mary Corse (1945), of de nalatenschappen van Alina Szapocznikow (1926-1973) en Mira Schendel (1919-1988).

Deze toenemende aandacht voor vrouwelijke makers past zeker in de bredere herijking van de positie van de vrouw in de post-#MeToo-wereld. Er is echter meer aan de hand. Een van de drijvende krachten achter deze omwenteling is ook de vraag van verzamelaars naar veilige en kwalitatief hoogstaande en toch enigszins avontuurlijke investeringen. Thomas’ schilderij is bijvoorbeeld een stralende abstractie in de vorm van een zon, die visueel attractief en conceptueel makkelijk te vatten is. De aantrekkingskracht van dit werk wordt nog duidelijker wanneer we Thomas’ biografische gegevens erbij halen. Deze Afro-Amerikaanse kunstenares heeft haar hele leven als schilder- en tekenleraar gewerkt en vond pas na haar pensioen een visuele taal. Dit leverder haar in 1972 een soloshow in het Whitney Museum of American Art in New York op. Haar levensverhaal behoort tot de prachtige mythen van de kunstwereld waarin alles mogelijk is, zelfs een internationale carrière die start na je 70ste, met werken die je in een kleine keuken hebt gemaakt zonder enige hoop op succes.
Zo’n prachtig narratief omringt ook het werk Sunset Woman I, een van de eerste schilderijen die Lee Krasner heeft gemaakt na de tragische dood van haar beroemde echtgenoot Jackson Pollock in 1956. Ziehier de fantastische schilderes die altijd in de schaduw van haar man heeft moeten staan en die nu lef en vooral tijd heeft om haar eigen werk op de voorgrond te plaatsen. Krasner, die in het vroegere vrouwonvriendelijke systeem niet kon gedijen, wordt nu gevierd als een van de onmiskenbare heldinnen van het populaire Amerikaanse abstract-expressionisme.

En Ruth Asawa, de kunstenaar van het fragiele draadsculptuur, oefende haar vaardigheden al gedurende de Tweede Wereldoorlog. Als dochter van Japanse ouders werd ze in de Verenigde Staten opgesloten in een kamp. Daar had ze niets anders te doen dan spelen met afgedankt draad.Alle drie de levensverhalen van deze kunstenaars spreken tot de publieke verbeelding; ze zijn kreten om genoegdoening en gericht tegen sociale onrechtvaardigheid.

Markterkenning

Voor verzamelaars zijn zulke werken enerzijds een ontdekking en anderzijds een solide stuk kunstgeschiedenis dat kan worden omgezet in economische waarde. De kunstenaressen hebben hun kwaliteit en diepgang bewezen, terwijl het gebrek aan vroegere markterkenning te wijten is aan de stille maar bewezen genderdiscriminatie. Galeries zien nu hun kans om deze kunstwerken als verantwoorde en veilige koop met groeipotentieel te presenteren. Naast de financiële belofte zijn de culturele voordelen niet te versmaden: de kopers worden automatisch betrokken bij processen van historische rectificatie, wat de verzamelaars een progressief imago en sociale prestige kan opleveren. Deze marktcorrectie kon niet plaatsvinden zonder de brede steun van musea die van hun kant proberen de gender-rectificatie in institutionele curricula op te nemen. Eerherstel na onrechtvaardigheid is een vast element geworden in museumtentoonstellingen en het herschrijven van kunstgeschiedenis. Zo toont Tate Britain sinds april in zijn vaste exposities alleen het werk van vrouwelijke kunstenaars. Het Baltimore Museum kondigde in augustus het ‘jaar van de vrouw’ aan, waarin het uitsluitend werken van vrouwen toont. De prestigieuze Britse Turner Prize schafte in 2017 alle leeftijdsbeperkingen af. Surfend op deze goedmakingsgolf riep Time Magazine de 98-jarige Venezolaanse kunstenares Luchida Hurtado uit tot een van de 100 invloedrijkste personen van 2019. Ook hier kunt u zich terecht afvragen ‘Luchida who?’. De kunstenares kreeg dit jaar haar eerste institutionele solotentoonstelling in de respectabele Serpentine Gallery in Londen. De herwaardering van oudere kunstenaressen is een perfecte match tussen de markt en instituties.