De overwinningstocht van Afro-Amerikaanse kunstenaars lijkt een stil protest tegen racisme

MARTA GNYP FOR HET FINANCIEELE DAGBLAD, JUNE 9, 2020

Twee weken geleden ging in de Verenigde Staten Joe Biden, de presidentskandidaat van de Democraten, de fout in. In een interview noemde hij zwarte Amerikanen die overwegen om op Donald Trump te stemmen, ‘niet zwart’. De ophef die op sociale media volgde en de oprechte excuses die Biden aanbood duiden erop hoe belangrijk de Afro-Amerikaanse gemeenschap is geworden, in ieder geval in verkiezingstijd.

Deze ophef bleek echter nog niets in vergelijking tot uitbarstingen van woede en verdriet waarmee de Afro-Amerikaanse gemeenschap, maar ook het progressieve witte Amerika, reageren op de recente schrijnende voorbeelden van racisme. Het gewicht van deze groep is niet meer weg te denken.

We zien deze verschuivingen terug in de kunstmarkt. Hier lijkt de overwinningstocht van diverse Afro-Amerikaanse kunstenaars niet te stoppen: enkele geherwaardeerde kunstenaars veroveren gestaag een positie in de top van de westerse kunstcanon, terwijl jongere kunstenaars een hippe trend van ‘zwarte figuratie’ in de wereld hebben neergezet.

Deze trend behelst figuratieve schilderkunst, die zwarte personen uitbeeldt in eenvoudige scènes uit hun dagelijks leven. Het lichaam is zwart, de kleding van de geportretteerden en het decor zijn kleurrijk; opvallend zijn de vaak scherpe kleurcontrasten en de voelbare air van ongedwongenheid.

Deze jonge kunstenaars stappen in de voetsporen van de Amerikaanse schilders Kerry James Marshall en Berkely Hendricks, die in het verleden beiden op verschillende manieren deze vorm van narratief hebben gecultiveerd (Zwichten de kenners voor de smaak van het grote publiek?).

Omarmd door de markt

De jonge navolgers spelen in op deze visueel herkenbare talen, en ook hun werken worden niet zelden gretig omarmd door de kunstmarkt.

De 31-jarige Jordan Casteel schildert grootschalige huiselijke portretten van haar familie, buren of gewoon voorbijgangers in Harlem, nonchalant zittend in een tram of op een bankje in het park. Gerard Lovell bedekt het geschilderde lichaam met dikke lagen verf om het te onderscheiden van de rest van de kleurige achtergrond die dun is aangebracht. Toyin Ojih Odutola tekent haar zwarte figuren meestal op papier waarbij het licht een soort decoratieve patronen op hun lichamen drukt.

Jarvis Boyland maakt de setting glamoureus, Aaron Gilbert symbolistisch, Osuka Agawa vereenvoudigt de vormen tot kleurvlakken, daarentegen bruist het palet van Arcomanoro Niles van schakeringen in rood, oranje en roze.

De lijst van kunstenaars is lang en overigens niet beperkt tot de VS. Waarom is dit genre schilderkunst nu zo populair geworden?

Stille beschuldiging

In tegenstelling tot ongrijpbare abstractie kan figuratieve kunst duidelijke verhalen vertellen. Deze inkijk in het normale leven met zijn dagelijkse emoties, gewoontes en rituelen, die overal ter wereld niet veel van elkaar verschilt, vormt als het ware een stille beschuldiging tegen het racisme, dat het zwarte lichaam als de Ander wil zien. Deze universele dagelijksheid is het ultieme bewijs van onze gedeelde menselijkheid, #dailylivematters.

In onze tijd, die om actie vraagt, lijkt ook kunst de afstandelijke (post)modernistische houding van zich af te willen schudden en betekenis af te willen dwingen. The personal is political, het motto dat door studentenbewegingen en feministen in de jaren zestig werd gebruikt, is springlevend in tijden van wereldwijd oprukkend rechts-populisme en opgeblazen macho-retoriek.

De altijd pragmatische markt ziet in deze constellatie van sociale, artistieke en visuele aantrekkelijkheid grote kansen voor waardestijging. Tot de gerenommeerde kunstenaars in deze categorie behoort Amy Sherald, die sinds vorig jaar met de topgalerie Hauser & Wirth werkt. Nadat Sherald in 2018 Michelle Obama had geportretteerd (in een imposante kleurrijke jurk tegen een monochroom lichtblauwe achtergrond) zijn de wachtlijsten voor haar werk nog langer geworden.

Een belangrijke stimulans voor de kunstmarkt van zwarte figuratie was tot voor kort het koopenthousiasme van Amerikaanse musea, die beseften dat Afro-Amerikaanse kunstenaars de ontbrekende schakel vormen in hun collecties.

Gedreven door kunsthistorische gêne en de wil tot maatschappelijke genoegdoening, hebben ze zich massaal op deze kunstenaars gestort en vaak creëerden ze daarmee schaarste op de kunstmarkt. Hoe vaak heb ik niet gehoord dat de werken reeds voor musea gereserveerd waren? Of dat ik een werk alleen kon krijgen als ik er twee zou kopen en één aan een museum zou schenken. Hoe de musea na de coronatijd zullen omgaan met hun wensen en budgetten is moeilijk te voorspellen.

Extra impuls

Het hoogste marktresultaat van de jonge kunstenaars in deze categorie boekte de veelgevraagde en getalenteerde Amoako Boafo (geboren in 1984 in Ghana) die in Wenen studeerde en de lijnvoering, kleuraccenten en behandeling van het lichaam door Egon Schiele goed heeft onthouden. Zijn schilderij The Lemon Bathing Suit uit 2019 (een zwarte vrouw in een badpak dobbert op een wit matras in een zwembad met blauw water) deed op een Phillips-veiling in Londen in februari $881.000, zes maanden nadat het voor $25.000 in Los Angeles in de galerie Deitch Projects was verkocht.

Achteraf gezien was het geen gelukstreffer voor de veilingkoper; in de coronapandemie zijn de prijzen van Boako’s in de secundaire markt gehalveerd. Maar wellicht geven de recente gebeurtenissen deze vorm van kunst een extra impuls.

De onzichtbare hand van de markt geeft en neemt.