Stefan Ruitenbeek

door Marta Gnyp
(for English scroll down)

14 april ging de film Ancient Amateurs van de kunstenaar Stefan Ruitenbeek in première in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. Een bijzondere film waarin de combinatie tussen de genres van porno, documentaire en kunstfilm een verrassend resultaat oplevert.

Marta Gnyp: Waarom wilde je een film maken die zich op het gebied van de porno afspeelt?

Stefan Ruitenbeek: Er zijn verschillende oorzaken geweest voor dit werk. Als kunstenaar ben ik geïnteresseerd in de moraal van esthetiek. Ons oordeel over schoonheid ligt diep geworteld in onze moraal en wat we goed vinden. Er is een wereld, de pornografische wereld, die zich lijkt te onttrekken van de esthetische moraal, en van alles wat we in een andere omgeving politiek correct houden of met respect behandelen. Maar er is wat mij betreft ook nog een hogere wereld, namelijk de wereld van de kunst, en daar wordt een toneelstuk gespeeld met allerlei esthetiek en moraal.

MG: De film speelt voortdurend met tegenovergestelde noties: de puurheid van de oorspronkelijke seksualiteit versus de commodificatie van seks in de porno-industrie; de confrontatie tussen de driftenbevrediging van porno en de driftensublimatie van kunst, de dromen en de realiteit. Wat delen porno en kunst met elkaar?

SR: Beide zijn vrijplaatsen die een bepaald gedrag mogelijk maken, maar ook een bepaald gedrag uitlokken, het zijn monsters die hun eigen wetten vormgeven.

MG: Hoe was het om de film daadwerkelijk te maken?

SR: De uitgelaten sfeer die ik voelde op de pornosets waar ik rondhing tijdens de onderzoekende fase van dit werk, deed me denken aan de sfeer die er heerste op de kunstacademie. Allemaal (jonge) mensen die iets hopen te vinden in die context, die daar toch een bepaalde hoop of geloof uitputten of er beter van willen worden.

MG: Kunst en porno als het beloofde land.

SR: Ja. Zowel de kunst als de porno is een wereld van illusies, waarin beloftes en hoop worden uitvergroot. Dat geloof zelf is mijn artistieke materiaal, het is een subtiele vorm van hypnose, de transformaties die mensen ondergaan dankzij verschuivende verwachtingen.  

MG: Was het museum als vertoningsplek daarom ook zo belangrijk, om nog meer met deze verschuivende verwachtingen te spelen?

SR: Natuurlijk ben ik geïnteresseerd om pornografie in een museaal context te presenteren vanwege de transformatie van betekenis die pornografische beelden op die manier ondergaan. Iedereen die een beetje van kunst houdt moet er wel van genieten hoe dingen betoverd lijken te worden wanneer we ze met een artistieke verwachting bekijken. Verder werd ik erg enthousiast van de pornoacteurs die bereid waren om te geloven en te investeren in mijn verhaal over kunstzinnigheid, oorspronkelijkheid, zuiverheid, en de oermens, dat ik hen vertelde nog ver voor de film überhaupt gemaakt werd.

MG: De grote publieke belangstelling voor deze film bewijst dat de museale context voor een quasi-porno film niet vanzelfsprekend is. Is porno in de openbaarheid een taboe of is porno in het museum een taboe?

SR: Porno in het museum is vooral een taboe vanwege de heersende esthetische moraal, zowel binnen het discours van de hedendaagse kunst als het grote publiek. Als ik ervoor gekozen had om met de camera afstandelijk en ‘documentair’ te observeren op een porno-set dan had ik een bepaalde afstand en objectiviteit behouden. Wanneer ik mijn uiterste best had gedaan om de acteurs gepolijst in beeld te brengen dan had ik ze vereerd. Mijn film is in esthetiek niet anders dan de cameravoering van de goedkoop gemaakte porno waar de acteurs normaal aan deelnemen. De make-believe zit echt in het geloof en overtuiging van de acteurs zelf, daardoor voel ik me meegevoerd, niet zozeer in de esthetiek.

MG: Hoe gingen de pornoacteurs met de notie van de oermens om?

SR: Dit zijn mensen die elkaar professioneel en meedogenloos te grazen nemen, om zichzelf terug te kunnen zien in de meest compromitterende en onthullende documentatie, hun geslachtsdelen belangrijker dan het gezicht, totaal bereid om de schaamte voorbij te gaan. Maar in mijn film durfden ze als kinderen magisch te geloven in mijn sprookje over geboorte en dood die plaatsheeft in een utopische oertijd, waar mensen worden geboren uit eieren en mannen een traantje laten van verdriet nadat ze de eitjes hebben bevrucht, omdat ze daar zelf weer een beetje kind van worden en zich hopeloos voelen.

MG: Hoe is het idee over de oertijd ontstaan?

SR: Het idee om een kleine, kinderlijke vertelling te maken over voortplanting, een mythe over de evolutionaire oorsprong van seks, leek me zowel onschuldig als ironisch in het perspectief van pornoacteurs die liever het zaad zichtbaar over een gezicht uitstrooien zodat het lichaam zelf is verworden tot een fetisj van de lust, in plaats van baby’tjes maken. En wanneer er al een zwangere vrouw wordt gepresenteerd in een pornofilm, dan is dit niet uit liefde voor het kind, maar een duidelijke perversie. Met mijn film wilde ik de pornoacteurs ontdoen van hun perverse rol, en weer naïef en onschuldig maken, zoals oermensen in een simpele wereld waar perversies niet gecultiveerd worden. Het is een film over onschuld in een schijnheilige, maar ook heilige, geperverteerde, geconditioneerde wereld.

MG: Waarom heb je de film deze titel gegeven? Als het refereert aan de tijd toen er geen amateurs en professionals bestonden, bestond de notie van de amateur nog helemaal niet.

SR: De term amateur word in de porno gebruikt om een onervaren meisje te betitelen, iemand die nog niet eerder in pornofilms heeft gespeeld en daardoor  ‘echter’ is. Er is veel vraag naar porno met amateurs. Mensen die naar porno kijken ervaren die porno zelf dus ook als een bezoedeling, iets dat het meisje corrumpeert en minder aantrekkelijk maakt. Zoals maagdelijkheid of ongeschondenheid misschien, maar misschien ook vanwege de belofte dat het gedrag van zo’n meisje waarschijnlijk minder gespeeld is. Meisjes die al vaker in films hebben gespeeld worden nog steeds als amateur geadverteerd omdat het beter verkoopt, en dan moeten ze maar een beetje spelen of ze onervaren en onwetend zijn. Mijn titel stelt dat iedereen een amateur is in het nabootsen van de pure, utopische oertijd, omdat we geen ervaring hebben met zo’n omgeving en daar per definitie onwetend over zijn.

MG: De vermenging van porno, making of en speelfilm werkt soms verwarrend op de toeschouwer, je weet niet waar je je bevindt en waar je naar kijkt. Wat wil je bereiken met je publiek?

SR: Ik wil de toeschouwer meenemen in de verschillende perspectieven die er mogelijk zijn vanuit de opzet van de film en de gedachtes waaruit die voortkomen. De film is hartstikke echt en superfysiek, je wordt geconfronteerd met de lichamelijke uitputtingsslag waaraan zowel de mannen en vrouwen worden onderworpen, de pijn en het genot wat daarbij hoort, tegelijkertijd bevinden we ons in een hypothetisch sprookje vol magie. Het moet mogelijk zijn je het ene moment betrokken te voelen bij het lot van een jonge pornoactrice en de exploiterende natuur van de porno-industrie, om je vervolgens te verwonderen in de kinderlijke onschuld en dapperheid waarmee ze zich overgeeft aan de film. De bruutheid waarmee de mannen de vrouwen nemen, het machismo, en de bereidwilligheid van de mannen om zich in mijn film kwetsbaar op te stellen en te huilen.

MG: Deze film gaat over de persoonlijke dromen en verlangens, ook buiten de seksgebied, over het creëren van je identiteit. Een porno-acteur vertelt tussen de copulaties door dat hij Hugo Boss en Armani goed vindt, een gecomprimeerde opmerking over de identiteit en kwaliteit.

SR: Om dat materiaal te kunnen filmen nodigde ik een modejournalist uit (Aynouk Tan) om de acteurs te interviewen over het gevoel dat ze krijgen van de baarden en haren die ze kregen om tot oermensen te worden, maar ook over de kleding die ze in de buitenwereld dragen. Ik wilde een vergelijking trekken tussen de overtuiging (identiteit) die ze op de filmset ontleden aan die baarden om zich als oermensen te gedragen en zich in te leven in de film, met de kleding die ze gewoonlijk dragen om zich op een bepaalde manier te kunnen gedragen.

MG: Je film is voor mij ook zo interessant omdat het niet ironisch en niet nihilistisch is. De mens heeft nog kansen.

SR: Volgens mij is de film zowel ironisch en nihilistisch, maar tegelijkertijd hoopvol, liefdevol, idealistisch en naïef. Die zaken kunnen kennelijk allemaal samen gaan.

MG: Het veronderstelde vriendelijke samengaan van tegenstellingen lijkt typerend zijn voor onze tijd. Leven we in brave tijden?

SR: Waar mensen in de jaren zestig misschien dachten te weten waaraan ze zich wilden ontworstelen, waarvan ze vrij wilden zijn, is dat nu veel onduidelijker. Braaf is het nieuwe wild, exploitatie wordt nu verkondigd als vrijheid, conservatief als hoopvol, consumeren als vrijheid, enzovoort, het is onduidelijk om het te hebben over braaf of niet braaf.

MG: Wat zijn voor jou de beste momenten van de film?

SR: Ik vind het geweldig wanneer acteur Marcus een van de eieren probeert open te breken en in een machteloos geschreeuw en borstklopperij belandt als het hem niet lukt. Ik vind het mooi dat de eerste actrice werkelijk geraakt lijkt door de eitjes die ze net heeft gebaard, omdat het haar kindjes zijn.

MG: In hoeverre kopieer je in je film de echte pornofilmregels?

SR: Mijn porno wordt ingebed in een fictief verhaaltje. In dat verhaaltje zie je ook hoe een meisje wordt geslagen en moet smeken voor hij ophoudt. Dit stond niet in het script, maar het gebeurde op de set. Al dit soort zaken heb ik gedocumenteerd en als onderdeel van de fictie getoond. Hoewel er uiteraard geen letsel is toegebracht aan de acteurs, kan ik niet zeggen ‘no humans were harmed for this movie’. Als de pornowereld verderfelijk is, dan is deze film dat net zo goed.

MG: Wil je de toeschouwer dwingen tot morele oordelen?

SR: Kunst mag zich niet schuldig maken aan al te makkelijke morele oordelen. Het moet het morele oordeel uitdagen. Dat is mijn moraal.

MG: Waarom heb je ervoor gekozen om met clichés te werken? Donkere mannen die blanke vrouwen bezitten?

SR: Ik vind het inderdaad niet verkeerd dat mijn film wat dat betreft zoals veel porno is. Daarom is het misschien logisch dat ik vooral donkere mannen en blanke vrouwen kon casten uit de mogelijkheden die ik had, het diende zich zo aan. De vijf acteurs leken me allemaal geschikt voor deze film op een andere manier. Er is een wat kinderlijke naïeve enorme body-builder. Een lieve zachtaardige man, en een wat ijdele gigolo achtige figuur. De meisjes waren een lang dun meisjes met aspiraties in de mode-industrie, en een meer alternatief georiënteerd meisje dat porno ziet als interessante subcultuur.

MG: Is deze film een poging tot zelfreflectie? Je persoonlijke vraag naar de oorsprong en identiteit?

SR: Het is eerder een gevolg daarvan, niet de vraag zelf. Vragen of problemen leiden niet tot een antwoord of oplossing, maar tot kunst.

MG: Impliceert de setting van de oertijd ook de kunstenaar als de oer-schepper?

SR: Scheppen is goed, oerscheppen is nog beter, want dan staat men aan het begin, en is men de oorzaak voor alles wat daarna komt. Ik ben net zo goed geïnteresseerd in het absolute, eeuwige, pure, ongeschonden oerbeeld, maar ook in het gecorrumpeerde, verdorven, gedeformeerde. Ik sta dus net zo lief aan het begin van alles, als dat ik werk met dat wat al gemaakt, af, compleet, uitgekotst of beïnvloed is, aan het einde van de rit dus. Ik werk net zo lief met filosofische ideeën als met de uitwerking die ze jaren later hebben op de massa.

MG: Deze film laat duidelijk zien dat grenzen tussen hoge en lage cultuur zeer arbitrair zijn.

SR: Deze film speelt zich niet af tussen mensen die zeer hoog ontwikkeld zijn of gecultiveerd. Maar je zou wel kunnen zeggen dat ze extreem geconditioneerd zijn. In die conditionering kun je ze lezen. Het zijn wat dat betreft afdrukken van iets wat aan hen vooraf ging, zoals de golven in het zand het resultaat zijn van de zee en de wind. Ik ben geïnteresseerd in volksvermaak en pornografie.

As from April the 14th de film Ancient Amateurs by artist Stefan Ruitenbeek can be watched in the Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. This exceptional film combines the genres of porn, documentary and art film, with a surprising merge as a result.

Marta Gnyp: Why did you choose to go into porn with your movie?

Stefan Ruitenbeek: There are several causes that have brought this work into existence. As an artist I am interested in the morality of aesthetics. Our judgement of beauty lies deeply embedded in our morality and what we deem to be good. There is a world, however, the world of pornography, on which the aesthetic morality, and everything else we consider politically correct or hold in high esteem within any other given context, doesn’t seem to get a grip. But, if you ask me, there is the higher universe of art, which is this big theatre of aesthetic and moral values.

MG: The film constantly displays the opposition between things: the pureness of primordial sexuality versus the commodification of sex in the porn industry; the confrontation between the quick satisfaction of desire sought after in porn and the sublimation of desire in art, the dreams and the reality. What do porn and art have in common?

SR: Both harbour the possibility for certain kinds of behaviour, but they also provoke certain behaviour, they are monsters that create their own rules.

MG: What was it like to actually make the movie?

SR: The high energy that I felt on the porn sets that I visited in the preliminary phase of making the movie, reminded me of the atmosphere I know from art school. Young people that hope to find something within that environment, who seem to find some hope or faith there, or who want to benefit from it.

MG: Art and porn as the promised land.
SR: Yes. Both art and porno are worlds made of illusions, in which promises and hope are magnified. The faith in these promises is what I work with; it is a subtle form of hypnosis that causes the transformation of my actors into the embodied figments of intersubjective imagination.

MG. Is that why the museum, as a place where the movie is in display, is so important, in order to play with these shifting patterns of expectation even more?

SR: Of course I’m interested in presenting pornography in the setting of a museum, because of the resulting transformation of meaning of these pornographic images. Everybody with the even the slightest interest for art must surely enjoy the way in which things seem to become enchanted in the light of our artistic expectations. It also really pleased me when I found out that the porn actors were willing to believe and invest in my story about the merits of art, origin, pureness and primitive man, that I told them long before the movie was even made.

MG: The great public interest in this movie proves that the setting of a museum for a semi porn movie isn’t the most obvious choice. Is it the showing of porn in a public that is a taboo, or is the showing of porn in a museum?

SR: Porn in the museum is mainly a taboo because of the predominant aesthetic morality, within the discourse of contemporary art as well as generally. If I’d chosen to film on porn set in a more documentary-style detached way, I would have maintained certain objectivity. If I had tried to present a polished image of the actors, it would mean I’d be worshipping them. I’m not trying to make fancy porn; the production quality is just as blunt as gonzo porn. The faith and conviction of the actors themselves is what enhances the make-believe of the story.

MG: How did the porn actors deal with the notion of primitive man?

SR: These are people who fuck each other professionally and relentlessly, only to see themselves in the most compromising and revealing documentation, their private parts more explicitly in the picture than their faces, are completely willing to leave their shame behind them. But in a childlike manner they accepted my fairy tale of birth and death, set in a utopian prehistory, where people are born from eggs and men cry after having inseminated the eggs.

MG: How did you come up with this idea of prehistoric life?

SR: The idea of making up a childish little tale about procreation, a myth about the evolutionary origins of sex, seemed to me innocent as well as ironic in the perspective of porn actors, who rather than making babies, spray their seed all over someone’s face, turning the body into a fetish of lust. I wanted to relieve my actors of their perverse role, to see them as naive and innocent beings; as primitive people in a simple world that doesn’t cultivate perversions. It’s a movie about innocence in a hypocritical, yet sacred, perverted, preconditioned world.

MG: Why did you choose Ancient Amateurs as a title for this movie? It is slightly paradoxical to refer to amateurism in a time that there was no distinction between sex amateurs and professionals.

SR: ‘Amateur’ in a porn movie indicates an inexperienced young girl or boy, who has not been in a porn movie yet and is therefore more ‘real’. Amateur porn is highly demanded. The people that watch this kind of porn also experience this defilement, as something that corrupts the girl and makes her less attractive. Like virginity or never-been-touched-before perhaps, but perhaps also because the behaviour of a girl like that is more authentic. Girls that have already been in porn movies are often still being advertised as amateur, because it brings in more money. My title suggests that everybody is an amateur when it comes to imitating the pure, utopian prehistoric lifestyle, because we don’t really know what it was like, and we never will.

MG: To the viewer, the mix of porno, making-of and art film can be confusing, making you feel like you don’t know where you are, or what you’re looking at. What effect do you want this movie to have on the audience?

SR: I want to bring the viewer along into the different perspectives that the film has to offer, as well showing them the thoughts that this film can generated. The movie is very real and extremely physical, whilst looking you’re being confronted with the physical exhaustion that men and women are subjected to, the pain and the pleasure, and at the same time we’re inside a hypothetical fairy tale full of magic. It has to be possible to feel involved with the fate of a young porn actress in the exploiting porn industry the one moment, and to then be surprised by the childlike innocent and brave way in which she takes part in the movie. The brutality of the way in which the men seize the women, the machismo, the men prepared to be vulnerable and to cry.

MG: This movie is about personal dreams and longing, also outside the sexual field, about the creating of your own identity. In between sex scenes a porn actor tells us that he thinks Armani and Hugo Boss are ‘good’, in short a statement on identity and quality.

SR: To get that kind of footage I invited a fashion journalist (Aynouk Tan) to interview the actors about how the beards and hair that we gave them to make them look like primitive people made them feel, but also to interview them about the clothes they wear in everyday life. Because of the beards there was this conviction with which they acted as primitives, and I wanted to make an analogy to the confidence in self-image, which is derived from wearing certain brands.

MG: I think your movie is interesting because it isn’t ironic or nihilistic. There is still hope for mankind.

SR: I think the movie is both ironic and nihilistic, but at the same time hopeful, loving, idealistic and naive. Apparently these things all go together.

MG: The supposed harmony of contradictions seems to be typical of our age. Do we live in a dull, decent age?

SR: People in the sixties knew what they wanted to break free from, these days it’s a lot less clear. Decency is the new wild, exploitation and consumerism is being advertised as freedom and conservative as hopeful, etc, it’s difficult to determine what dullness is exactly.

MG: Which do you consider the best moments of the movie?

SR: I think it’s great when actor Marcus tries to break one of the eggs open, and starts to roar and pound his chest in this helpless way when he doesn’t succeed. I also like the moment that the first actress seems to be a little touched by the eggs she just bore, because they are her children.

MG: How far do you go in copying the real porn movie rules?

SR: My porno is packed in a little fictional story. In this story you see a girl being smacked and begging the guy who’s doing it to stop. This wasn’t in the script, it just happened on set. I documented all these moments and presented them as part of the narrative. Although of course none of the actors were injured, I can’t claim that ‘no humans were harmed for this movie’. If the porn world is really that condemnable, so is this movie.

MG: Are you forcing the viewer to make moral judgements?

SR: In art you can’t get away with easy moral judgements. Art should challenge moral judgement.

MG: Why did you choose to work with clichés? Black men seizing white women?

SR: Indeed I have no problems whatsoever with the fact that my movie is full of porno clichés. Perhaps it makes sense that with my budget the only possibility was to cast black actors and white actresses, a natural course of events. I considered each actor suitable for this movie in his or her own way. There is the naive, childish bodybuilder; the friendly gentle one, and the vain gigolo. There is the tall skinny girl with fashion model aspirations, and the alternative girl that considers porn to be an interesting sub culture.

MG: Is this movie an attempt to reflect upon yourself? Your personal quest for origin and identity?

SR: It’s rather a consequence of my quest, than a quest on itself. Questions or problems don’t lead to answers or salvation, they lead to art.

MG: Does the setting of movie at the time of the dawn of mankind make the artist the creator of all creators?

SR: Creation is good; the creation of creation is even better, because that’s the beginning, the cause of everything ever after. I’m just as interested in the absolute, the infinite, the pure, the intact, primeval image, as I am interested in what is corrupted, defiled and deformed. I like being at the cradle of it all, just as much as working with what is already there, finished and complete, rejected or influenced, in other words at the end. My interest is philosophical as well as sociological.

MG: This film clearly shows how arbitrary the distinction between high and low culture is.

SR: This film is not about people that are highly educated or cultivated. You could say that their behaviour is very conditioned. You have to look for them in their own conditioned state. They are the imprints of what came before them, like the flowing pattern in the sand, left by the waves of the sea and the wind. I am interested in public entertainment and pornography.